Hartaandoeningen komen bij katten geregeld voor, meestal worden ze veroorzaakt door een aandoening van de hartkleppen of van de hartspier. Door zo'n aandoenig is het hart veel minder goed in staat het bloed rond te pompen. Ook kunnen aangetaste kleppen gaan lekken. Het hart zelf kan hierop alleen maar reageren door sneller te gaan kloppen. Het lichaam probeert de nadelige gevolgen hiervan zo beperkt mogelijk te houden door het vasthouden van vocht. Dit kan op lange termijn weer leiden tot uitputting van het hart en verslechtering van de toestand van de patiënt. Uitwendig is soms een dikke buik (vocht in de buikholte) te zien en zwelling aan de borst en poten door ophoping van onderhuids vocht.

Een veel voorkomende aandoening is Hypertrofische Cardiomyopathie (HCM), dit is een duidelijke verdikking van de hartspier die het het bloed door de aorta, de grootste ader van het lichaam, pompt. HCM is zeer waarschijnlijk een erfelijke aandoening en kan ook veroorzaakt worden door nierfalen en overmatige schildklierhormoon productie maar vaak is de oorzaak onbekend.

Een andere vorm, die minder vaak voor komt, is een verzwakking van de hartspier, verwijde cardiomyopatie. Verwijde cardiomyopathie kan het gevolg zijn van een gebrek aan taurine en komt zelden voor bij katten die goede voeding krijgen.

Symptomen die op een hartaandoening kunnen wijzen zijn:

  • Ademhalingsmoeilijkheden, door ophoping van vocht in de longen en de borstholte. (zelden hoesten)
  • Geen eetlust
  • Lusteloosheid en zwakte
  • Flauwvallen
  • Gewichtsverlies
  • Opgezette buik
  • Soms overgeven
  • Onvermogen de achterpoten te gebruiken: door bloedproppen die zich in het zieke hart vormen en in de bloedvaten naar de achterpoten blijven steken kan de kat pijn in de achterpoten voelen.

Helaas is een aandoening van de hartspier niet te genezen maar gelukkig is het wel mogelijk door het geven van de juiste medicijnen de kwaliteit van leven van hartpatiënten te verbeteren en de levensduur te verlengen. Meerdere medicijnen, vaak ook in combinatie met elkaar kunnen worden toegepast.

  • Diuretica (plaspillen) zorgen ervoor dat vocht wordt afgedreven dat zich in de logne, de buikholte of onderhuids bevindt. Het gevolg is bijvoorbeeld dat de longen weer beter kunnen werken en dat de bloeddruk wat wordt verlaagd, waardoor het hart wordt ontlast.
  • Hartmedicijnen (atenolol) heeft een verlagende invloed bij een te snelle hartslag en kan een (te) hoge bloeddruk verlagen. Dit medicijn zal levenslang gegeven moeten worden.

Als een hartaandoening bij uw kat is vastgesteld wordt meestal begonnen met een combinatie van hartmedicijnen en furosemide (plaspillen). Het is altijd noodzakelijk dat u een afspraak maakt voor controle, meestal na enkele dagen. Bij de controle wordt vastgesteld of de dosis van de medicijnen moet worden aangepast. Daarna is het meestal noodzakelijk om geregeld op controle te komen met uw kat. Dit gebeurt in overleg met uw dierenarts.

Soms vraagt de dierenarts u om thuis de hartslag van uw dier te tellen, thuis is uw kat veel minder gestresst. U kunt de pols in de lies tellen of uw hand op de linkerkant van de borst leggen achter de linker voorpoot, zo kan het aantal slagen per minuut worden geteld.