Een jonge kat is al na 6 tot 9 maanden geslachtsrijp en soms zelfs al eerder. Wanneer u geen maatregelen treft kan zelfs een korte ontmoeting tussen beide geslachten voor onverwachte gezinsuitbreiding zorgen.
dekking foto © Ingo Bartussek

Voorkomen van krolsheid
De verschijnselen van 'krolsheid' bij de poes zijn: over de grond liggen rollen, poes is zeer aanhalig, ligt languit met het achterwerk omhoog, gaat zeer luidruchtig miauwen en zal proberen naar buiten te komen om achter de katers aan te gaan. Krolsheid, en ook het krijgen van jongen, kunt u tijdelijk voorkomen door het geven van 'de pil', deze is verkrijgbaar bij de dierenarts en moet elke week worden gegeven. Nadelen hiervan zijn het 'vergeten te geven' of het ongemerkt uitbraken van de pil, waardoor poes toch onverwacht zwanger wordt. Voor langdurig gebruik als middel voor geboortebeperking is 'de pil' minder geschikt omdat er na jarenlang gebruik vaak gezwellen (kanker) in de melkklieren ontstaan. Ook neemt de kans op baarmoederontsteking sterk toe.
Wanneer u niet van plan bent om met uw poes of kater te gaan fokken is het dan ook beter om uw poes of kater te laten castreren.

Castratie poes
Door een operatie worden beide eierstokken verwijderd waardoor de poes niet alleen onvruchtbaar wordt, maar ook geen tekenen van krolsheid meer gaat vertonen. De operatie is een betrekkelijk geringe ingreep en de poes kan normaliter dezelfde dag weer naar huis.

Als de poes nog niet is gecastreerd kunt u haar kan ze het beste kort na de introductie in uw huishouden worden gecastreerd. Wacht niet tot ze 6 maanden of ouder is! Heeft de poes onverhoopt toch een nestje gekregen, dan kan zij al na 10-14 dagen weer krols worden. Het beste is dan de poes ca. 8-12 weken na het krijgen van de jongen te steriliseren. Dat het voor poes beter zou zijn om eerst een nestje te krijgen is helaas een hardnekkig fabeltje. Dus het verstandigste is om de poes op jonge leeftijd te castreren, want er zijn al genoeg katten op de wereld. Hiervan getuigen de overvolle asiels.

Castratie kater
Katers worden geslachtrijp als ze 5 tot 9 maanden oud zijn. Vanaf deze leeftijd kunnen zij de neiging krijgen overal tegenaan te plassen (het zgn. sproeien). Ook krijgt hun urine een doordringende 'katerlucht'. De kater is veel op pad en weinig huiselijk meer. Bij terugkomst zitten de katers vaak onder de krabben, en er kunnen makkelijk abcessen ontstaan tengevolge van gevechten. Tijdens hun soms meerdaagse zwerftochten steken de katers vele drukke wegen over en wordt een groot aantal van hen aangereden. Om bovenstaande redenen is het verstandig de kater te laten casteren zodra hij 8-16 weken oud is of op z'n allerlaatst op een leeftijd van 6 maanden. De kater blijft dan veel huiselijker en gezonder.
Bij een castratie worden via een snede in de balzak de zaadstrengen doorgesneden en de testikels verwijderd. De balzak wordt niet gehecht. De snede geneest heel snel. Na de ingreep verschrompelt de balzak tot een vrijwel onvindbaar velletje. Bij een echte 'sterilisatie' wordt er alleen een stukje uit de zaadstreng geknipt.