Vanuit mijn keukenraam zie ik een uitzonderlijk tafereel: midden op de stoep heeft zich een kringetje gevormd van zo'n zes katten. Vreemd. Een dergelijke sociale verbroedering is zelden waarneembaar tussen de katten bij ons uit de buurt. De mensen kunnen hier aardig goed met elkaar overweg, de katten niet. Doorgaans houden zij een gepaste afstand van elkaar met af en toe een fikse burenrel waarbij enig lichamelijk geweld niet wordt geschuwd. Maar voor nu lijkt de strijdbijl even begraven.

Al snel wordt de oorzaak duidelijk van deze plotse saamhorigheid: een muis. Of eigenlijk een muisje. Een piepklein, schattig, babymuisje. Het had de pech midden in een kring van, vanuit zijn perspectief bezien, moordlustige sabeltandtijgers beland te zijn. Nou zullen katten ergens in hun genen nog wel iets hebben van deze sabeltandtijgers, maar de grootste groep is in de loop der evolutie toch min of meer verdwenen. Slechts een handjevol wil nog wel eens aanzetten tot de jacht, maar na een bak blikvoer even niet. Het enige wat die genen dan nog doen is ervoor zorgen dat het muisje de kring niet verlaat.

Er is al flink met hem heen en weer gevoetbald en het muisje is moe. Stil ligt het in de kring. De katten zitten om hem heen geschaard als standbeelden die de wacht houden bij het graf van Toetanchamon. Af en toe doet het muisje nog een wanhopige poging uit de kring te ontsnappen, maar wordt onverbiddelijk naar de middenstip terugverwezen met één enkele poothaal. Mijn zoon kan dit alles niet aanzien en verlost het muisje uit zijn benarde positie. Hij neemt het echter mee naar binnen en toont mij de muis. Roerloos ligt het in zijn hand. "Is 't ie dood?" vraag ik. "Ik weet het niet" zegt hij. "Maar ze hebben hem wel aardig toegetakeld ..."

Ja, en wat doe je dan? Ook ik heb voorouders, nog niet eens zo ver terug in de evolutie, die korte metten gemaakt zouden hebben met zo'n muis. Maar bij mij schort er eveneens iets aan de genen. En hoewel mijn voorouders mij toeroepen het vooral niet te doen scharrel ik toch een hamsterkooi-buiten-gebruik op uit de schuur. Daar moet hij maar even in. In deze toestand kan je hem toch niet naar buiten doen. Dat is zielig. "Als hij morgen nog leeft, doe ik hem dan naar buiten, dan kan hij in zijn holletje kruipen" zeg ik tegen mijn zoon. Daar kan hij zich in vinden. Terwijl mijn voorouders mij blijven waarschuwen over natuur die je zijn gang moet laten gaan en meer van dat soort zaken drapeer ik ondertussen wat krantensnippers om het muisje heen om de boel wat op te vrolijken. Anders ligt hij daar zo klein te wezen op die grote plastic bodem van die hamsterbak. Piepklein schoteltje water (hij zal me anders toch maar verdrinken), stukje brood erbij….

De volgende ochtend, mijn dochter en ik zijn het eerst beneden, zijn we toch zeer benieuwd of het muisje nog in leven is. We gluren door de spijlen van de kooi, lichtelijk op onze hoede (het blijft toch een muis he?) maar zien niets. Alleen krantenknipsels. We schuifelen wat dichter naar de kooi, maar niets. "Hij is vast dood" zegt mijn dochter. Maar geen van beiden durft de krantenknipsels opzij te schuiven. Met onze neus inmiddels boven de kooi speuren we de bodem af naar enig teken van leven. Niets. Akelig stil. En dan, uit het niets, scheert de muis achter ons langs en verdwijnt onder de kast. Met een hartslag van 220 worden de mannen er, enkel en alleen voor deze ene keer, bijgehaald.

Maar het muisje blijkt spoorloos …

 

Janske

Karolien Mennes's Profielfoto
Karolien Mennes antwoordde #818 01 juni 2011 11:30
Hallo Janske,

Het lukt mij niet om in ´reageer op dit artikel´een antwoord op jouw verhaal ´Kat en muis´ te geven en doe het dus maar op deze manier. Misschien is het zo ook wel bedoelt, maar ik ben nieuw op deze site en is het dus even wennen. Ik zie dat het alweer even geleden is dat je het verhaal geplaatst hebt, maar toch wilde ik je even laten weten dat ik het een ontzettend leuk verhaal vind.:blij:

Groetjes,

Karolien Mennes

Zie, www.nieuwebatterijtjes.nl

Discuss dit artikel

INFO: Je bericht wordt geplaatst als 'Gast'