Tegenwoordig leven er nog zes verschillende ondersoorten van de tijger:

De Siberische tijger ( meer informatie >>> )

De Bengaalse tijger of koningstijger
(Panthera tigris tigris) is een ondersoort van de tijgerdie voorkomt in Bangladesh, Bhutan, Myanmar, China, India en Nepal.
Dit is het grootste (nog levende) lid van de Felidae-familie. Zijn vacht is oranje-bruin met zwarte strepen. Mannetjes kunnen zo'n 3 meter lang worden. Vrouwtjes worden maximaal 2,7 meter lang. Bengaalse tijgers jagen onder andere op herten, varkens, antilopes, jonge olifanten en buffels.

De Bengaalse tijger wordt met uitsterven bedreigd door het verdwijnen van zijn leefomgeving en door stropers. Ze worden niet alleen voor hun vacht gedood maar ook voor de bereiding van diverse traditionele Oost-Aziatische medicijnen.
De Bengaalse tijger is nu een beschermde diersoort en is het nationale dier van zowel India als Bangladesh. De tijgerpopulatie van India bestaat nu uit zo'n 3.500 dieren (5.000 in 1970). In het Sundarban mangrovebos op de grens tussen India en Bangladesh leven zo'n 270 tijgers aan Indiase zijde en ongeveer 400 in Bangladesh.

indochintijg
foto © Paul Bratescu

De Chinese tijger of Indo-Chinese of Achterindische tijger (Panthera tigris corbetti)
komt voor in Maleisië, Thailand, Laos, Vietnam en Cambodja.
Deze tijger is kleiner dan de Bengaalse tijger. Zijn vacht is donkerder van kleur en in de buurt van de kop eerder gevlekt dan gestreept. Ze kunnen 280 centimeter lang worden en 180 kilo wegen. Ze jagen op zwijnen, herten en runderen.
Men schat het aantal Chinese tijgers tussen de 1200 en 1800 exemplaren. Ze zijn na de Bengaalse tijger de meest talrijke tijgersoort. De soort wordt bedreigd door het verdwijnen van zijn leefgebied en stroperij.

 

De Noord-Indochinese tijger of Zuid-Chinese tijger (Panthera tigris amoyensis)
is de zeldzaamste tijgersoort. Deze tijgersoort staat op de rand van uitsterven, er leven nog minder dan 30 exemplaren in het wild. En in de gevangenschap leven nog ongeveer 50 exemplaren. Zijn vacht is helder met brede zwarte strepen. Deze soort leeft in Zuid-Chinese gebergten in de bossen.
sumatijg1
foto door Monica Betley

De Sumatraanse tijger
(Panthera tigris sumatrae) is een ondersoort van de tijger die alleen voorkomt op Sumatra. Deze tijger is kleiner dan de andere ondersoorten en heeft een donkerbruine kleur. Verder is de vacht donkeroranje. Vroeger kwam dit dier voor op heel Sumatra, maar tegenwoordig zijn er nog maar 500 exemplaren over. Het strepen-patroon van deze soort bestaat vaak uit twee parallelle rijen

De Maleise tijger

(Panthera tigris jacksoni) is één van de zes nog in leven zijnde ondersoorten van de tijger. Eerst dachten de mensen dat deze ondersoort gewoon Chinese tijgers waren, het is nog maar een recent ontdekte ondersoort. Ze zijn net zo groot als de Chinese tijger, ongeveer 2,8 m lang. Ze zijn ook net zo zwaar, ongeveer 180 kg. Zoals hun naam aangeeft leven ze in Maleisië, om precies te zijn op de zuidelijke punt. Er leven er nu (2005) niet meer dan ongeveer 500 exemplaren van.

 

De volgende ondersoorten zijn uitgestorven

 

bali-tijger
De Balinese tijger(Panthera tigris balica)
is een van de uitgestorven ondersoorten van de tijger (Panthera tigris). Het was de kleinste van alle ondersoorten en de eerste die was uitgestorven, in 1937. Dit kwam omdat Bali een klein eiland is waardoor de ondersoort een beperkt leefgebied had en kwetsbaar was voor habitatvernietiging. Door de bevolkingsgroei en de opkomst van het toerisme werd hun leefgebied al snel kleiner, waardoor het dier uitstierf.

De Javaanse tijger

(Panthera tigris sondaica) is een van de drieondersoorten van de tijger die zijn uitgestorven. Ze waren in 1978 uitgestorven, maar een deel van de bevolking van Java denkt dat er nog een aantal exemplaren in leven zijn. Heel vaak beweren mensen dat ze een tijger of sporen van een tijger hebben gezien. Waarschijnlijk worden echter sporen van panters aangezien voor tijgersporen. Aan het begin van de 19de eeuw waren er overal op Java nog tijgers. Rond 1940 waren ze alleen nog maar te vinden in de meest afgelegen bossen en gebergten.

kaspische-tijger
Kaspische tijger in de dierentuin van Berlijn 1899

De Kaspische tijger (Panthera tigris virgata)
was de meest westelijke ondersoort van de tijger. Ze kwamen heel dicht bij Europa voor. Ze stierven rond 1960 uit. Deze ondersoort kwam voor in Turkije, Mongolië, Iran, Afghanistan en de Centraal-Aziatische landen van de voormalige Sovjet-Unie.