Inhoudsopgave
|
Themamiddag Hypertrofische CardioMyopathie (HCM) Onderwerpen:
Diagnostiek van HCM Hypertrofische cardiomyopathie komt in meer of mindere mate alle rassen voor. Echografie is de beste methode om HCM te aan te tonen. Hierbij worden geluidsgolven gebruikt, die vooral teruggekaatst worden op de grens tussen verschillende weefsels. Om goede informatie over het hart te verkrijgen moet verstoring van het beeld door longen en ribben vermeden worden. Het hart moet zo dicht mogelijk tegen de borstkaswand aan liggen. Met echografie (via de rechterzijde van de borstkas) zien we als het ware een doorsnede van het hart. Voor hartonderzoek wordt gebruik gemaakt van een goed echo-apparaat en een sectorkop, met een klein contactoppervlak (op de borstkas) en een waaiervormig beeld. Optimalisatie van het beeld wordt bereikt door het scheren van een klein stukje vacht en het gebruik van geleidende gel. Dieren kunnen in verschillende houdingen onderzocht worden. De werkgroep Hartproblemen van Felissana heeft een protocol opgesteld om uniform te kunnen testen. Op het formulier staan de gegevens van het geteste dier en de eigenaar kan hierop toestemming geven om de onderzoeksgegevens beschikbaar te stellen aan de Stichting Felissana. Hieronder volgt een korte uitleg van geteste structuren van het hart. Bij M-mode registratie wordt het echobeeld langs een bepaalde lijn uitgezet tegen de tijd, waardoor meting van wanddikten mogelijk is in de verschillende fasen van beweging van het hart, de contractiefase (systoles) en de vullingsfase (diastole d). Achteenvolgens:
Bij de korte-asdoorsnede (short axis SAX) kan precies tussen de papillairspieren door gemeten worden.
Verdere bevindingen van het echografisch onderzoek omvatten:
Bij Doppler onderzoek wordt de bloedstroom weergegeven in rood (naar de echokop toe) en blauw (van de echokop af). Abnormale wervelingen van het bloed binnen het hart komen voor bij HCM, bijvoorbeeld in aanwezigheid van SAM. Ook aortastenose (aortaklepvernauwing) en mitralisinsufficiëntie (lekkage van de mitraalklep) kunnen zo waargenomen worden. Het totaalbeeld van alle bevindingen tijdens echografie bepaalt of het dier vrij is van HCM of dat de ziekte aanwezig is. Op dit moment wordt geadviseerd om jaarlijks te testen bij dieren waarmee gefokt wordt. Voor dieren waarmee niet meer gefokt wordt, maar die wel nakomelingen hebben, geldt het advies om het onderzoek na twee jaar te herhalen. Op basis van wetenschappelijk onderzoek dat gedaan is in de Verenigde Staten (door M.D. Kittleson) bij Maine Coon katten, wordt doorgaans aangeraden om katers vanaf de leeftijd van twee jaar te testen en poezen vanaf drie jaar. Mogelijk treedt HCM eerder in het leven op bij Maine Coons in vergelijking met Brits Korthaar katten. Bij katers begint de ziekte gemiddeld op jongere leeftijd dan bij poezen en zijn de afwijkingen doorgaans ernstiger. Verzamelde testgegevens (M. Schmidt) bij rassen waar HCM een probleem is
Opmerking: de meeste katten die niet vrij van HCM zijn, blijken later postitief voor HCM getest te worden. Door middel van stamboomonderzoek is aangetoond dat bij Maine Coons en Brits Korthaar katten sprake is van een erfelijke component bij HCM.
Diagnostiek en behandeling van HCM Bij HCM is er sprake van een concentrische verdikking (hypertrofie) van de hartspier (myocard) naar binnen toe, waarbij zowel de ventrikelwand als het tussenschot (septum) betrokken zijn. HCM kan primair of secundair zijn. Primair wil zeggen dat de aandoening wordt veroorzaakt door een afwijking van de hartspier zelf. Secundair betekent dat iets een gevolg is van andere aandoeningen, zoals hartafwijkingen (klepproblemen), systemische aandoeningen (hoge bloeddruk) of metabole oorzaken (schildklierafwijkingen). De hartaandoening HCM kan voorkomen bij katten tussen 4,5 en 7 jaar, maar soms ook bij kittens van 3 maanden en katten van 17 jaar. Vooral kortharige huiskatten worden getroffen door HCM en momenteel ook Maine Coons, American Shorthairs, British Shorthairs, Ragdolls en Perzische katten. Katers worden relatief vaker aangetast dan poezen. Er worden verschillende vormen van hypertrofie van de hartspier onderscheiden:
Hypertrofische papillairspieren (bevestigd aan de mitraalklep, tussen LA en LV) zien er bij echografie verdikt en witter uit dan normaal. De linkerkamer is meestal symmetrisch vernauwd. HCM kan aanleiding geven tot een abnormale beweging van de mitraalklep (SAM). Hierdoor gaat de mitraalklep lekken en ontstaat een verhoogde druk in de linkerboezem, die daardoor wijder kan worden. Door wervelingen in de bloedstroom kunnen stolsels gevormd worden in de linker harthelft, soms zichtbaar tijdens echografisch onderzoek.
Katten met HCM hebben vaak geen symptomen, soms slechts milde klachten. Ook een zeer acuut beloop is mogelijk. Aanwezigheid van een hartruis of een een galopritme kan wijzen op HCM. Snelle en bemoeilijkte ademhaling treedt op bij vocht in longen of borstholte ten gevolge van hartfalen. Een slechte algemene toestand of vermagering van een kat kan wijzen op het aanwezigheid van HCM, evenals een slechte eetlust of braken. Stolsels uit het hart kunnen grote slagaders verstoppen (trombose). Er treedt dan een acute en pijnlijke verlamming van vooral de achterpoten op. Plotseling flauwvallen en acute hartstilstand, vooral bij stress en overmatige activiteit, kunnen gevolgen zijn van HCM. Met bloedonderzoek kunnen oorzaken van secundiare HCM aangtoond worden: gestoorde nierfunctie of schildklierafwijkingen. Daarnaast kunnen urineonderzoek en bloeddrukmeting worden uitgevoerd. Bij Röntgenonderzoek kunnen soms aanwijzingen voor HCm gevonden worden: verwijde hartboezems (valentijnshart), gestuwde longbloedvaten, voncht in longen of borstholte. Een elektrocardiogram (ECG) is vaak lastig te interpreteren, maar kan soms aanwijzingen voor HCM geven. Echografie is vereist voor de diagnose HCM, ter beoordeling van de ernst van de ziekte. Ook kunnen andere hartafwijkingen met dit onderzoek aangetoond worden, zoals abnormaal functionerende hartkleppen. De behandeling van een kat met hypertrofische cardiomyopathie kan in de acute fase bestaan uit het vermijden van stress, het toedienen van zuurstof en het laten aflopen van vocht uit de borstholte. Ook vochtafdrijving en stressreductie kunnen van belang zijn. Daarna kan er onderhoudsmedicatie worden voorgeschreven:
Er is nog geen bewijs dat HCM-positieve katten zonder symptomen behandeld moeten worden. Het beloop van HCM is vaak moeilijk te voorspellen. Een deel van de katten krijgt nooit symptomen, maar het optreden van hartfalen of een acute dood is ook mogelijk.
Erfelijkheid van HCM Als een bepaald kenmerk vaker voorkomt binnen een familie een ras en onder verschillende milieuomstandigheden optreedt is er vaak sprake van erfelijkheid. Overerving kan eenvoudig zijn, bijvoorbeeld dominant, recessief, co-dominant of intermediair. Complexe overerving komt doordat er meerdere genen betrokken zijn (polygeen) of dat het kenmerk veroorzaakt wordt door vele genen in combinatie met milieuomstandigheden (multifactorieel). Locus is een bepaalde plaats op een chromosoom. Een gen heeft een specifieke plaats (locus) op een chromosoom, waarvan men weet dat het een bepaald kenmerk veroorzaakt. Binnen een gen kunnen verschillende varianten bestaan, allelen genaamd. Bij monogene overerving ziet bij kruising van ZZ en zz dat de nakomelingen (Zz) het dominante kenmerk vertonen. Een voorbeeld van co-dominantie is het menselijke systeem van bloedgroepen, waarbij beide allelen tot expressie kunnen komenn, namelijk bloedgroep A (AA), bloedgroep B (BB), bloedgroep AB (AB) of bloedgroep O (geen A en geen B). Bij geslachtsgebonden erfelijkheid ligt het allel op het X-chromosoom, zoals bijvoorbeeld bij hemofilie. De vrouwelijke individuen zijn drager van de afwijking, maar de mannen Een genetische verklaring voor HCM zou kunnen liggen in de aanmaak van afwijkende hartspiereiwitten, waarbij ter compensatie van de verminderde hartfunctie een overmatige aanmaak van deze eiwitten plaatsvindt, met als gevolg verdikking van de hartspier. Ook zou een genetische aanleg voor afwijkende calciumkanalen in hartspiercellen een oorzaak kunnen zijn van het optreden van hypertrofie. Ook een Moleculair-genetisch onderzoek naar HCM wordt bemoeilijkt doordat meerdere genen gemuteerd kunnen zijn of dat er verschillende mutaties per gen mogelijk zijn (multi-allelisme). Het is mogelijk er in een dier meerdere mutaties tegelijkertijd aanwezig zijn (polygenetisch). Bij de mens worden negen vormen van HCM onderscheiden, met elk een eigen genetische achtergrond. De penetrantie is de mate waarin katten met een HCM-allel de ziekte ook daadwerkelijk krijgen. Deze is volgens Volgens M.D. Kittleson 100%. Helaas is de diagnostiek niet gevoelig genoeg om HCM-positieve dieren vroeg op te sporen. Uit eigen onderzoek (I. Putcuyps en F. Coopman) blijkt dominante overerving van het uitgestelde type. Fout-negatieve testresultaten ontstaan door het testen van jonge dieren, waarbij de ziekte op dat moment nog niet aangetoond kan worden. Bij stamboomonderzoek is het belangrijk is de diagnostiek betrouwbaar is en dat de afstammingsgegevens juist zijn. Dit laatste blijkt in 4 tot 10% van de gevallen niet het geval. Als in ongeveer elke generatie een kat met HCM voorkomt, wijst dit meestal op dominante overerving. Homozygote dieren (met tweemaal het afwijkende allel) geven de afwijking in 100% van de gevallen door, terwijl heterozygote katten (die ook een niet-afwijkend allel hebben) wel HCM-negatieve nakomelingen kunnen voortbrengen.
Discussie naar aanleiding van vragen Gestandaardiseerde uitvoering van de HCM-test vergroot waarschijnlijk de betrouwbaarheid van de uitslagen. Het protocol is een stap in de goede richting. Een betrouwbaarheid van 85% lijkt mogelijk, samenhangend met leeftijd van de onderzochte kat en de complexiteit van het onderzoek. Als uit twee negatief geteste ouderdieren een HCM-positieve nakomeling geboren wordt, blijkt doorgaans een van de ouders later in het leven alsnog HCM te hebben. Het testen van dieren op latere leeftijd geeft namelijk een meer betrouwbare uitslag. Het is niet bekend of bij sommige rassen de effectieviteit van medicijnen minder zou zijn. Wel kan HCM in bepaalde rassen een agressiever beloop hebben. Vooral bij mildere vormen is er wel een gunstig effect van medicatie. Overigens bemoeilijkt dit het ontwikkelen van een moleculair-biologische test. Een totaal verbod op het fokken met dieren met een erfelijke afwijking is niet mogelijk, omdat elk dier een of meerdere erfelijke afwijkingen heeft. Het is duidelijk dat fokkers er belang bij hebben dat er ouderdieren bestaan die vrij van HCM zijn. Binnen de Stichting Felissana wordt nagedacht over de vorm waarin testresultaten openbaar kunnen worden gemaakt, zonder ongewenste juridische consequenties. Ook publicatie van gegevens uit sectie van overleden dieren zou belangrijk kunnen zijn. De werkgroep Hartproblemen houdt zich onder andere met HCM bezig. De Stichting Felissana houdt zich al 10 jaar bezig met onderzoek en informatie in het belang van de gezonde kat. Vasthoudend aan de eigen onafhankelijkheid blijft de Stichting Felissana het ontwikkelen van testprotocollen en keurmerken ondersteunen. |
|||||||||||||||||||||||||||||



