Inhoudsopgave
Pagina 3 van 3
|
Klik op de vraag voor het antwoord. De jaarlijkse herhalings enting van katten is lang niet altijd nodig. Veel vaccins bieden levenslange bescherming omdat de kat antistoffen heeft aangemaakt die hem de rest van zijn leven bescherming bieden. Wanneer u niet met uw katten fokt en niet naar shows gaat zijn de meeste herhalingsentingen niet nodig. Fabrikanten van de vaccins vertellen u echter liever dat jaarlijks enten wel degelijk nodig is. Lees meer over jaarlijks vaccineren of niet... Dit is een heel belangrijke vraag die het best kan worden beantwoord door de vraag op te splitsen. a) Is de bescherming na enting 100%? Tegen geen enkele ziekte is 100% van de dieren te beschermen. Er zullen immers altijd individuen zijn die een minder goede of zelfs helemaal geen weerstand opbouwen na enting. Gelukkig zijn dat er maar heel weinig. b) Bestaat er verschil in weerstandsopbouw na entingen tegen verschillende ziekten? Heel duidelijk. Tegen kattenziekte en rabies is de weerstandsopbouw veel beter en langduriger dan tegen niesziekte. Bij niesziekte is bovendien sprake van meerdere ziekteverwekkers (meerdere calicivirussen, herpesvirus, Chlamydia, Bordetella bronchiseptica). Bovendien zijn er ook verwekkers van niesziekte waartegen nog geen entstoffen bestaan. Daar komt nog bij dat niesziekte zich zeer oppervlakkig (op de slijmvliezen van de voorste luchtwegen) afspeelt waardoor de weerstandsopbouw moeilijker is en de weerstand korter duurt. c) Is er een verschil tussen kittens en oudere katten? Ja, met name bij jonge kittens is sprake van een minder ontwikkeld afweersysteem waardoor een minder goede weerstandsopbouw plaats vindt. Tevens zijn bij jongere kittens vaak nog afweerstoffen aanwezig die zij via de melk van hun moeder hebben gekregen. Deze afweerstoffen remmen de weerstands-opbouw. Er zijn ook aanwijzingen dat heel oude katten een minder goede weerstand opbouwen. d) Zijn er nog andere oorzaken voor een minder goede weerstandsopbouw? Voor een goede weerstandsopbouw is het nodig dat dieren op het moment van de enting over een goede gezondheid beschikken. Aanwezigheid van andere ziekten, worminfecties en incomplete voeding kunnen een verminderdeweerstandsopbouw tot gevolg hebben.< Zonder al te veel in te gaan op details bestaan er verschillen tussen mensen dier in zowel de weerstandsopbouw als de ziekten die voorkomen. Ook bij de mens bestaan er duidelijke verschillen. De DKTP-enting geeft een goede en langdurige bescherming, maar de griepenting moet jaarlijks herhaald worden. Voor katten wordt tegen rabies en kattenziekte een goede en langdurige weerstand opgebouwd,tegen niesziekte is de weerstand minder volledig en korter van duur. Inderdaad komt het voor dat dieren die niet (regelmatig) worden geënt gezond blijven. Helaas komt het daarentegen maar al te vaak voor dat niet-geënte katten wel ziek worden en zelfs dood gaan, maar juist dat zal men liever niet aan de grote klok hangen dus dat hoort u niet. De kans dat een ongeënte kat ziek wordt hangt af van de kans op besmetting. Zo zal de kat die altijd in huis wordt gehouden en geen contact heeft met soortgenoten of met eigenaren van zieke katten een geringe kans op besmetting hebben. Katten die regelmatig in contact komen met soortgenoten (met name met niet-geënte dieren die ziektekiemen bij zich dragen) hebben een grote kans op besmetting. In de praktijk zullen de meeste katten met andere katten in contact komen, daarom is het verstandig u kat regelmatig te laten enten. De meeste katten zullen geen enkel nadeel ondervinden van een enting. Soms zullen katten na een enting gedurende korte tijd wat trager zijn. Als katten echter op het moment van de enting al besmet zijn met de ziekte (in het incubatiestadium verkeren) kan het gebeuren dat zij na de enting verschijnselen vertonen van de ziekte waarmee ze besmet zijn. Als uw kat na enting echt ziek wordt is hetverstandig om even contact op te nemen met uw dierenarts. Bij een kat die volgens advies is geënt is het niet nogig om tijdens de dracht te enten. Een dergelijk kat heeft immers voldoende afweerstoffen aangemaakt om de kittens afdoende te beschermen. Een reden om katten tijdens de dracht te enten kan zijn dat de kat niet of langer dan een jaar geleden is geënt. Als men een drachtige kat wil enten diene de aanwijzingen van de fabrikant te worden opgevolgd. (levende entstoffen tegen kattenziekte mogen niet tijdens de dracht worden toegediend) Uiteraard dient men zich te realiseren dat handelingen bij drachtige dieren altijd zeer voorzichtig moeten worden uitgevoerd. Een goedalternatief is de kat twee weken voor de dekking te laten vaccineren. Bij jonge dieren is het afweerapparaat minder goed ontwikkeld dan bij oudere dieren. Verder kunnen bij jonge dieren afweerstoffen aanwezig zijn die zij van hun moeder hebben gekregen. Deze geven gedurende enkele weken bescherming maar kunnen de weerstandsopbouw na een enting remmen. Daarom is het heelbelangrijk dat kittens tot de leeftijd van 12 weken regelmatig worden geënt. Bordetella bronchiseptica is een bacterie waarvan vroeger werd aangenomen dat zij alleen voor problemen kan zorgen bij katten die met een andere ziekte zijn besmet. Bovendien nam men aan dat Bordetella incidenteel voorkwam. Recent onderzoek heeft aangetoond dat Bordetella zelfstandig het niesziektebeeld kan veroorzaken en regelmatig voor besmettingen bij katten kan zorgen. Bij katten die in groepen worden gehouden en waar niesziekte regelmatig wordt waargenomen bleek meer dan 50% van de katten afweerstoffen tegen Bordetella in het bloed te hebben, bij individueel gehouden katten bleek dit bij ongeveer 30% het geval te zijn.Het aan kunnen tonen van afweerstoffen in het bloed geeft aan dat de diereneen besmetting hebben doorgemaakt of dat de dieren tegen Bordetella zijn geënt. Met name bij katten die in contact kunnen komen met andere katten is er een grote kans op besmetting vóór de leeftijd van 12 weken. Wachten tot 12 wekenhoudt dus zekere risico's in. Pijn is bij dieren moeilijk objectief vast te stellen. Uiteraard zal de prik als zodanig door de kat worden waargenomen. Echter de reactie verschilt per dier. De ene kat reageert nauwelijks terwijl de andere kat 'moord en brand' schreeuwt. Onzekerheid en angst voor de vreemde omgeving zullen hierbij zeker een rol spelen. Ook de opstelling van de eigenaar kan van belang zijnAls u zelf al bang bent voor een prik is het verstandig om iemand met de kat naar het spreekuur testuren die deze angst niet heeft. Het beste is alleen gezonde katten te laten enten. Het kan echter zijn dat de kat een aandoening heeft waarvoor hij/zij al gedurende enige tijd wordt behandeld. In dergelijke gevallen is het verstandig vooraf even telefonisch contact op te nemen met uw dierenarts. Nee, dit betekent alleen dat de kat kort tevoren een enting heeft gehad. Afhankelijk van de leeftijd van de kat en de soort enting kan de gegeven enting al dan niet voldoende bescherming geven. Om hierover meer duidelijheid te krijgen ishet verstandig om met het entbewijs even naar uw dierenarts te gaan. Ja, een kat die nooit buiten komt en nooit geënt is heeft geen weerstand op kunnen bouwen tegen de belangrijkste besmettelijke ziekten. Als uw kat dan toch in contact komt met andere katten, of als uzelf -of een andere bezoeker- ziekten via handen, schoeisel of kleding overbrengt op uw katten, is hij/ zij extra vatbaar. De kans dat uw katten besmet worden is welliswaar klein, maar de gevolgen kunnen groot zijn. |




